Acceptatie is de hoogste vorm van verandering

Al meer dan zeven jaar heb ik mijn eigen "nieuw samengesteld gezin", en nog steeds ben ik er niet aan gewend.

Misschien omdat ik opgegroeide in een modelgezin: mama, papa, dochtertje, zoontje. Elke zomer samen drie weken naar het zuiden van Frankrijk. Elke zondag met het gezin op uitstap of naar vrienden op bezoek. De jaarlijkse, wekelijkse en dagelijkse rituelen. Broodjes met gehakt en rosbief op zondag. Dia's kijken en koekjes eten met een dikke laag zelfgemaakte crème-au-beurre. Thuiskomen en in de keuken met mijn kokende papa kletsen. Winkelen in de stad met mama, voor Pasen bijvoorbeeld, toen dat nog een gelegenheid was om nieuwe kleren te krijgen.

Niet dat wij nu geen rituelen hebben. Maar ze zijn anders. En net iets moeilijker vast te houden, met kinderen die een week wel en een week niet bij ons wonen.

Frieten op vrijdag en koffiekoeken op zondag, dat lukt meestal nog wel. Maar reizen is altijd anders. En duurt veel minder lang: als ik mijn kinderen drie weken meeneem, moet hun vader ze drie weken missen én moeten zij hem drie weken missen. Geen optie. Een dikke tien dagen gaan we dus, wat onze mogelijkheden zeker beperkt. En we reizen maar één keer per jaar zo lang, want hoe leuk dat ook telkens is, het is ook een uitdaging. Omdat mijn kinderen altijd een ouder moeten missen. En omdat mijn man hun vader niet is, en lang samenleven daarom niet zo evident is als in een 'gewoon' gezin.

Dat laatste leerde ik door eerst wel te hopen en te verwachten dat alles nu, nu er een nieuwe liefde was, nu we weer met man/vrouw/kinderen waren, zou kunnen worden zoals vroeger. De droom van het gezin dat vanzelf, samen, plezier maakt. Dat elkaar door en door kent, vertrouwt en elkaars nabijheid zoekt. Waarin moeder en vader het leven organiseren op maat van iedereen, omdat iedereen gebonden is aan het 'horen bij elkaar'.

Maar ik had dus nu een nieuw gezin, waar ik de oude mal op legde. Het kostte terugkerend verdriet, woede en teleurstelling om die verwachtingen bij te stellen. Want met "stief" als voorvoegsel is alles anders. Minder vanzelf, minder 'gewoon'.

Ik leef niet in een gewoon gezin. Ik moet elke week weer wennen. Wennen aan een stil huis met lege kamers en lege bedden. Met dagen vol vrijheid en 'lege' tijd. Niemand om 's ochtends uit bed te schudden, niemand om 's avonds voor te lezen.

En wennen aan een vol huis met veel verschillende stemmen en verschillende snelheden. Elk met zijn klok, vijf verschillende behoeftes en ritmes. Weer structuur in de dagen, broodnodige organisatie en uren die zich vullen met ogenschijnlijk onnozele dingen. Kinderen naar hobby's brengen bijvoorbeeld, daar kan je zomaar een zaterdag mee vullen. Speelafspraken maken, schoolwerk opvolgen en een vracht voeding het huis inslepen. Een berg was en een schijnbaar eindeloze stroom van verhalen en emoties verwerken. En dan is het weer woensdagavond, en valt het stil.

Mijn man is niet de vader van mijn kinderen. Hij zorgt niet voor hen als ik niet thuis ben, hij gaat hen niet van school halen, hij ondertekent geen agenda's. In wat 'mijn week' noemt heb ik een vorm van alleenstaand ouderschap, gelukkig in goed gezelschap. Dat heb ik zo gekozen. Omdat ik uit eigen ervaring wist dat een stiefvader nooit een vader wordt, als je al een dijk van een vader hebt. En dat dat ook niet nodig is. Samenleven met een vreemde man is al moeilijk genoeg zonder dat hij je in bed moet stoppen, lijkt mij.

Dat betekent dat mijn gezinsleven er heel anders uitziet dan dat van samenlevende ouders. Een week lang heb ik altijd gezelschap en ben ik honderd procent verantwoordelijk voor drie heerlijke opgroeiende wezens. En de week daarop zijn de dagen alleen voor mij en van ons.

Ik dacht dat ik er op den duur aan gewend zou zijn. Dat het mijn ritme zou worden, dat het zich zou 'zetten' in mijn leven. Na al die jaren. Maar dat is niet zo. Nog steeds kan ik verlangen naar meer tijd met hen. Nog steeds ben ik jaloers op moeders en vaders die hun kinderen altijd onder hun dak hebben. Op die gelukzakken die dagelijks leven tussen de halfopgegeten boterhammen, op de grond gegooide schoenen en vergeten halfvergane zwemkledij.

En ook weer niet. Ik weet dat ik met voltijds ouderschap niet was geworden wie ik nu ben. De tijd alleen, de tijd met twee, die maakt dat ik ruimte heb gekregen om te groeien op andere vlakken. Misschien was deze blog er nooit geweest, misschien had ik nooit een leertraject voor coaching gecreëerd. Ik kan uit eten, ik kan (kort) reizen naar plekken waar dat met kinderen niet zo handig zou zijn, ik kan ongestoord boeken lezen en uitslapen. Ik kan al dat werk dat blijft liggen in die ene week, in de andere week op eigen tempo inhalen.

Maar accepteren dat ik nooit meer dagelijks mijn kinderen zal zien, is mij in al die jaren niet gelukt. Ik slaag er niet in rust en soepelheid te vinden in het voortdurende afscheid nemen. Er rest maar één optie voor meer gemoedsrust: accepteren dat ik het lastig vind.

Ik mag deze schizofrene gezinsvorm een voordeel én een blijvend nadeel vinden. Ik mag anderen benijden om wat ik nooit meer zal hebben. En ik mag anderzijds genieten van wat ik nu al aan vrijheid heb, ruimte die voor ouders van leeftijdgenootjes nog niet weggelegd is. Acceptatie is misschien de hoogste vorm van verandering.