Hoe ik eindelijk werk vond in de buitenlucht (mét keigoeie wifi)

 
Kopie van Ontwerp zonder titel (2).png
 

I thank you, Lord, that I am placed so well 
That you have made my freedom so complete 
That I'm no slave to whistle, clock or bell 
No weak eyed prisoner of wall or street 
Just let me live my life as I've begun 
And give me work that's open to the sky 
Make me a partner of the wind and sun 
And I won't ask a life that's soft or high

(Johnny Cash)

Vroeger, in het eerste decennium van mijn loopbaan, reed ik dagelijks een kleine honderd kilometer naar het werk. Vijftig heen en vijftig terug. De werkdag in kwestie bracht ik afwisselend door op een bureaustoel, in een comfortabel gesprekszeteltje en aan verschillende vergadertafels. Thuisgekomen bleef ik binnenshuis: om te koken, om de kinderen in bed te stoppen, om huishoudelijk te taken en om boeken te lezen.

Echt, op een doordeweekse dag in dat vorige leven kwam ik amper buiten, kreeg ik bitter weinig beweging en had ik zelden zicht op groen. Behalve in de auto dan, want de snelweg die ik nam sneed dwars door bossen en akkers. “Daar zou ik willen zijn,” dacht ik vaak, “daar buiten. In de open lucht, het land bewerken, zoals die boer op zijn tractor.”

Nee, die droom heb ik niet waargemaakt, ik werd geen boerin. Je kan niet alles worden. Maar de laatste tien maanden werk ik wel steeds vaker buiten. Bén ik gewoon steeds vaker buiten. Met dank aan de digitale snelweg, de draagbare computer en het draadloze internet.

Ook hier, vandaag, op een Ardense rommelcamping aan de Semois, bij zeven graden. Met ijskoude vingers maar een kamerbrede glimlach. Omdat het klopt. Omdat dit is wat ik nodig heb. De prille lentezon, de vogelgeluiden, de voorzichtig bloesemende struiken.

Voorwaar, ik ben gelukkig.

(ohja, ik deed een filtertje op de foto, om de rommel wat op te blinken #omdathetkan)