Creativiteit vraagt lummel-tijd

Een goed geleefd leven wil ik, dat bol staat van de creativiteit. Creativiteit van alledag, dan. Het verzinnen van oplossingen, het bedenken van originele ideeën, het creëren van waardevolle gedachten, standpunten en voorwerpen. Maken en bedenken en ontwikkelen en ontwerpen, misschien zoals een ander dat al eerder deed: maar niet zoals ik het al eerder deed. Nieuw en anders en origineel, voor hier en voor ons.

Twee dingen zijn nodig voor creativiteit, zegt EenZekerBeroemdSpreker WiensNaamMijOntglipt:

  1. fouten maken
  2. nietsen

Echt, dat zijn toch werkelijk twee geweldige activiteiten om je in te verliezen. Fouten maken. Makkelijker kan niet. Nietsen. Zalig.

Helaas niet zo geweldig eenvoudig in het dagdagelijkse. Ik bijvoorbeeld, als modale vrouw van welhaast middelbare leeftijd met een nochtans relatief luide creatieve roeping, moet mijzelf met harde hand verplichten om te nietsen. Niet nuttig bezig zijn blijkt geweldig moeilijk. Druk doen is veel makkelijker, dat vloeit haast automatisch voort uit een vol leven. En wordt versterkt door mijn verlangen om aan te pakken en gedaan te krijgen.

Maar een brein dat bezig is heeft geen ruimte voor een bezoek van inspiratie en creativiteit. Dan wordt er alleen in het voorbijgaan gezwaaid naar inspirerende ideeën en inzichten, met een goedmoedige grijns. Met de eeuwige dooddoener: ik ga wel aan dat coole nieuwe plan beginnen als eerst dat en dat en dat afgewerkt zijn. Als ik eerst maar eens die en die en die dingen geregeld heb. Dan. Een dan die nooit komt, als ik mijzelf niet aan mijn nekvel van mijn to-do lijst vandaan trek.

En fouten maken? Brrr. Ik wil gewoon alles meteen goed doen. U niet, dan? Perfectie is het streven, een foutloos parcours de natte droom. Terwijl creativiteit ontstaat in het rommelige, onvoorspelbare en oncontroleerbare parcours. In alle richtingen schieten, vijfenveertig dingen uitproberen om er één uit te bewaren. Kan ik dat verdragen, dat ik het niet (meteen) goed doe? En dat anderen dat kunnen zien? Publiekelijk fouten maken, serieus, moet dat echt? Zijn probeersels werkelijk charmant, of ben ik niet bereid om mijn halfbakken producten het licht te laten zien?

Kan ik meer tijd maken voor lummelen en falen? Hoe erg is het eigenlijk om gewoon in het comfortabele, gekende en gecontroleerde te blijven - en de creativiteit minder plaats te geven? 

Ik wil graag beweren dat dat de dood in de pot is. Dat al wat werkelijk waardevol is, creatief is. En nee, dan denk ik niet alleen aan een kleiwerk, een schilderij of een gedicht. Ik denk ook aan een coach-gesprek, een beleidsvergadering of een leertraject. Ook die zijn pas werkelijk waardevol als ze barsten van de creativiteit. Creativiteit begrepen als 'originele ideeën met waarde'. Creativiteit als vernieuwend hergebruik, nieuwe verbindingen, flexibiliteit, een unieke toepassing van bestaande zaken op die precieze situatie.

En iedereen heeft het in zich. Het is niet voorbehouden voor enkelingen, het heeft helemaal niets met genialiteit te maken. Alleen heeft de één al wat meer op te ruimen dan de ander, om bij zijn oorspronkelijke creativiteit te komen. Kijk naar elk klein kind: één en al creativiteit. Vol vallen en opstaan, proberen en draaien en testen en onderzoeken en originele kansen grijpen. Al wat we nodig hebben, is er al. Misschien moeten we er enkele oude overtuigingen voor opruimen. Loskomen van onze onderwijs- en opvoedingsgeschiedenis om onze creatieve impulsen weer te voelen. Leren om wat minder flink te zijn, minder ernstig en minder toegewijd.

Nietsen is van levensbelang.

Fouten maken is broodnodig.