De dingen die ik kocht toen ik niets ging kopen

Deze post had ook 'de dingen die ik dronk toen ik niets ging drinken' kunnen heten, of 'de keren dat ik op Facebook rondsnuffelde terwijl ik niet meer op Facebook zat'.

Een letterlijk antwoord op de vraag? Ik kocht een gele stofzuiger. En een ergonomisch hoofdkussen. En een paar Japanse oorbellen van roze kwarts. Bij deze leest u het allemaal, hier zwart op wit: mijn bedrog. En die eerste twee dingen, daarvan dacht ik nog dat ik ze nodig had. Maar die laatste aankoop was erger - ik kon niet aan de verleiding weerstaan. Ik gaf toe.

En dat terwijl ik vandaag had willen schrijven dat er zoveel overvloed en weelde is in de wereld, zoveel dat we krijgen zonder ervoor te moeten betalen. Ik liep op het strand, en dat lag vol schatten. Mooie schelpen, witgelakt hout, gladde steentjes. De ervaring op zich was al rijkdom: een vroege lentezon, de wind in mijn haar, de zee. De hond die vrolijk in zandhopen sprong. Ik alleen aan zee. Met de hele dag aan mijn voeten. Wat een weelde!

Allemaal voor niets, helemaal gratis. Door niemand gemaakt, geen economie of crisis voor nodig. Dat had ik dus willen schrijven: dat we niets hoeven te kopen om veel te hebben. Maar toen, na die mooie strandwandeling, stapte ik dus dat leuke Japanse winkeltje binnen en kocht die mooie oorbellen. Ik! Kocht! Tijdens mijn 365 dagen zonder nieuw! Tsss...

Daarna onderdrukte ik onmiddellijk de neiging mijn 'regels' te veranderen. Naar bijvoorbeeld: 'als ik op vakantie ben krijg ik 1 souvenir, dat hoort onder ervaringen, niet onder consumeren'. Ja duh. 

Dat ik mij al sinds eind november niets (of amper iets) nieuws heb aangeschaft, en daarmee toch een mooie stap richting een andere levensstijl heb gezet, dat vergeten we maar even vandaag. Nee, die aankoop nu! Die doet alles teniet!

Is dit van de orde van "als het goed gaat is dat maar normaal?" Van de vader aan tafel die nooit tegen moeder zegt dat het eten lekker is, want dat is toch normaal? Als de biefstuk niet goed gebakken is, dan maakt hij dat natuurlijk wel onmiddellijk duidelijk. Maar complimenten geven, pronken, daar moet je voorzichtig mee zijn! Stel je voor: je gaat zomaar naast je schoenen lopen, of je wordt onverwacht over het paard getild. We weten het allemaal: hoogmoed komt voor de val.

Dus in plaats van te blinken om wat mij aan verandering al gelukt is, mag ik over mijn val vertellen vandaag. Nu mag de teleurstelling overnemen. Als ik zelfs zoiets eenvoudigs als anders consumeren niet kan. (Het lukt mij trouwens ook niet om meer te fietsen, ik vind het vaak te koud en te ver en te regenachtig en te laat. En ik was vorige week ook niet zo geduldig en zorgzaam als ik had willen zijn. En laatst gooide ik mijn uitgekauwde kauwgom zo door het autoraam. Of eigenlijk: ik doe dat bijna altijd.)

Ik wil nochtans zo graag een beter mens zijn. Met zelfdiscipline en zelfvergeving. Dus ook het feit dat ik nu niet mild ben voor mijzelf is een goeie reden voor zelfteleurstelling. Fak, zo draaien we rond.

Vind ik mijzelf werkelijk leuker als ik flink ben? Of kan ik die Maaike die de teugels laat vieren ook wel smaken? De rebel die haar eigen regels verbreekt? Kan ik daar ook gecharmeerd door zijn, kan ik van dat stuk genieten? Die zotte Maaike, die zich vanalles voorneemt en daar meestal ook in slaagt, en soms ook helemaal niet. Ha, dat geeft het leven kleur?

Maar tegelijk: ben ik in staat van het pad af te wijken en er dan toch weer fluks op verder te gaan? Want dat zal maken dat ik slaag in mijn opzet: zoals ik na maanden niet roken toch een sigaret rookte op een feestje, en de volgende morgen besloot opnieuw verder te gaan met niet-roken. In plaats van te beslissen: 'het lukt mij toch niet, zie je wel, ik raak er nooit vanaf.' Dat was de crux, die deed het leven zonder sigaretten lukken.

Is mijn doel leven zonder bezit? Nee. Wil ik de rest van mijn dagen zonder nieuwe dingen? Nee. Maar dat ene jaar, nu, wel. Om te voelen wat het doet. Om te voelen hoe ik steeds vrijer word. Vrij van de nieuwste hype. Vrij van de troost en de afleiding die winkelen geeft. Gedwongen om mijzelf te verwennen met andere dingen: zoals tijd, activiteiten waar ik blij van word, mensen die ik graag om me heen heb. En dat lukt dus allemaal, zeer goed zelfs. Ik vind het niet afzien, ik word er rustig en tevreden van. Dus we gaan door.

En ik kocht toch oorbellen. Neh.