Groeidenken en vastdenken

Ik viel door de mand toen ik enkele jaren geleden het boek over Mindset van Carole Dweck las. Ik zag mijzelf immers als een open denker, als iemand die kansen geeft en niet oordeelt. Maar ik bleek nogal vast te denken over intelligentie, over persoonlijkheid en ook over talenten en mogelijkheden.

Niet sportief aangelegd? Jammer.

Weinig gevoel voor ritme? Niets aan te doen.

Geen talenknobbel? Tja.

Wiskundig denken gaat niet vanzelf? Dan zal je er nooit echt goed in worden.

Niet waar dus. Het jarenlange onderzoek van Dweck toont

  • dat kwaliteiten zoals intelligentie, persoonlijkheid, sportiviteit, leiderschap, relationele vaardigheden in verbluffend grote mate ontwikkeld kunnen worden.
  • dat we deze kwaliteiten kunnen ontwikkelen door een groeimindset aan te leren. Een manier van kijken naar onszelf vanuit leren en groeien. Denken in mogelijkheden en ontwikkeling in plaats van in vaste gegevenheden.

Als je gelooft dat je kan leren, groeien en ontwikkelen dan kan je inderdaad ook veel bereiken. Terwijl het omgekeerde, de statische mindset, het vastdenken, leren in de weg staat. Studenten die vastdenken vermijden uitdagingen, geven sneller op, negeren feedback en zien inspanning als zinloos. Want: als je bepaalde kwaliteiten ‘hebt’ dan is elk falen of leren het bewijs dat je je vergist. Je zal dan toch niet zo’n goede atleet zijn als je zo hard moet oefenen. Als je feedback krijgt en fouten maakt betekent dat -in de vaste mindset- dat je niet zo goed bent als je dacht. En dat je dus niet ‘bij die groep hoort’.

Op mijn vijftiende besliste ik dat ik niet goed ben in wiskunde. Ik moest namelijk heel hard oefenen eer ik kon ‘ontbinden in factoren’. En dan nog, zelfs met al dat oefenen slaagde ik er niet in een voldoende op mijn wiskunde-examen te halen. De conclusie was snel gemaakt: wiskunde is niet voor mij. Ik veranderde het volgende schooljaar al van richting: van de moderne talen-wiskunde naar menswetenschappen. Slechts twee uur wiskunde per week, in plaats van vijf. Perfect toch? Tot ik tijdens mijn studie psychologie enkele jaren later statistiek moest studeren. Ik mocht dan wel een wiskundige ramp zijn, ik wilde heel graag dat diploma. En zette dus koppig mijn zinnen op een voldoende voor statistiek. Weken heb ik geoefend. En ik ben geslaagd, meer zelfs, ik ben nog steeds trots op mijn 19/20. Hoe wonderlijk verrassend in het beeld dat ik toen van mijzelf had.

En vastdenken toont zich ook in het omgekeerde. Als kind deed ik niet liever dan toneelspelen en gedichten voordragen. Bovendien kreeg ik er veel complimenten over, thuis en op school. Positieve feedback die ervoor zorgde dat ik dacht dat ik ‘het had’. Het zijnde een soort talent voor toneelspelen en spreken. Dus: dat ging ik doen. Alleen, in het allereerste jaar ‘dramatische expressie’ werd na enkele maanden een wedstrijd georganiseerd. De andere deelnemers deden deze hobby al veel langer, en ik was zo duidelijk slecht in vergelijking met hen. Exit mijn hobby. Samen met het verlangen om hier meer mee te doen. Ik was immers toch geen (natuur)talent. Een gemiste kans, om meer te bereiken hiermee én om te genieten van wat ik zo overduidelijk graag deed.

Had ik maar leren groeidenken. Want dat is het mooiste uit Dweck’s onderzoek: dat ze heeft aangetoond dat je de groeimindset kan aanleren. Groeidenken kan je leren: zodat je uitdagingen verwelkomt, niet opgeeft bij tegenslag, inspanning ziet als de weg naar meesterschap. Zodat je kan leren van kritiek en inspiratie kan vinden in het succes van anderen – in plaats van het succes van anderen als een bedreiging te zien.