Het oplichters-syndroom

Was u dat die mij toeknikte, vanmorgen in de lokettenhal van het station? Moest u glimlachen om mijn rood gestifte lippen, mijn blauw gelakte tasje, mijn kokette loopje?  Misschien omdat die damesachtige verschijning zo afstak bij die vrouw die gisteren met een rood hoofd (weer net te laat vertrokken) in haastig aangeschoten klompen met flapperende jaspanden (ja, er zit wat smeer op, van vorige week tussen mijn wiel) voorbijfietste? Dat komt omdat ik vandaag mevrouw de psychologe speel. Die aan een zaal vol mensen die doktertje en ingenieurtje spelen, mag gaan uitleggen waar het om draait. In het Engels. In het Hilton.

Daarom draagt de experte van vandaag een parelketting (namaak, weliswaar, voor een halve euro bij Oxfam gekocht), hoge hakken en heeft ze een intens professionele presentatie meegebracht. Tijdens die presentatie zal zij langzaam maar zeker ontdooien, en ook de zaal zal ontdooien. We zullen almaar meer mens worden en minder ons kostuum zijn. Want onder het mom van mijn deskundigheid zal ik het inderdaad hebben over waar het werkelijk om gaat, over wat ons werkelijk raakt. Om buiten te gaan als gewoon Maaike, na mijn ongetwijfeld ravissante entree als de inspirerende spreker van de dag. Hoop ik.

IMG_1203.jpg

Want vannacht had ik bezoek van de Oplichters-Brigade. Onverwacht stond het hele korps rond mijn bed, scheen met felle zaklampen in mijn ogen en begon aan de ondervraging. Ik was eindelijk door de mand gevallen. U doet maar alsof, mevrouw Verstraete. Uw facade werd helaas doorprikt. Wij komen uw bekwaamheidsbewijzen afpakken, u krijgt een straatverbod van minstens een jaar. Wat een onbeschaamdheid: u voordoen als iemand die het voor elkaar heeft! Andermans vertrouwen winnen, geld en waardering verdienen met wat helaas maar een ruw aangebracht laagje blijkt te zijn.

Gelukkig zag ik vorige week deze mooie speech, over de Fraud Police, waaruit blijkt dat iedereen - u dus ook! - wel eens last heeft van dit onbehaaglijk gevoel. Dat zelfs de meest toonaangevende chirurg op een dag, met de scalpel in de hand, denkt "Dat men mij dit zomaar laat doen! Ik, die vanmorgen mijn sleutels kwijt was, mijn telefoon liet vallen en over de drempel struikelde. Mag hier zomaar met een mensenleven spelen!"

Toch krijg ik er buikpijn van. Dat oncomfortabele gevoel van uit mijn comfortzone stappen. Wie beweerde ook alweer dat het moeiteloos gaat als je in je talent staat? Bulshit. Het is nog steeds oncomfortabel, elke keer als ik mijzelf een stukje verder duw.

IMG_1204.jpg

En natuurlijk, ik heb zelf voor dit discomfort gekozen. Het is mijn verdiende ongemak. Ik zou waarschijnlijk ook op een rustiger, routineuzer manier mijn geld kunnen verdienen. Ik ben brutaal genoeg om te denken dat ik ook opnieuw in loondienst zou kunnen gaan werken, dat ik terug zou kunnen naar een vaste werkplek die minder uitdagend is. Maar de vraag is of dat werkelijk comfortabeler zou zijn. Ik heb ervaren dat ik ook in weinig stresserende contexten heel goed in staat ben stress te ervaren. Dat ik ook in comfortable omstandigheden op zoek ga naar stretch. Beter deze weg dan, waarin ik mij oncomfortabel kan voelen omdat ik zelf kies om die uitdagende opdracht aan te nemen.

"Er is altijd discomfort, ik ga je niet vertellen dat je de angst moet voelen en het dan gewoon doen. Maar ik ga je wel vragen: hoeveel ongemak wil jij dragen? Misschien is deze korte oncomfortabele ervaring het wel waard. Als het voor een 'upgrade' van je mentale kracht zal zorgen." zegt mijn verse vriendin Vrinda hier. Om te groeien en te ontwikkelen hebben we ongemak nodig, we kiezen zelf hoeveel we kunnen verdragen.

You decide and you choose how much internal trouble you can grip onto before intrinsic and die hard motivation push you over the fence. (Vrinda Eapen)

Zelf gekozen, ha, daar word ik eerst gewoon kwaad van. Natuurlijk heb ik zelf voor deze opdracht gekozen, maar toch niet voor deze stress. Het moest makkelijk lopen, een gevoel van lichtheid en avontuur geven. Geen buikpijn, spanning en angstzweet. Dat was niet wat we overeengekomen waren, mijzelf en ik.

Maar de enige weg er uit is er door. Het is als het spelletje berenjacht dat ik met kleine kinderen speelde: we komen aan een rivier. We kunnen er niet onder, we kunnen er niet over. We moeten erdoor. Godzijdank zeg ik vaak ja op een vraag zonder goed na te denken, gelukkig schat ik vooraf niet alle stress en spanning in die dat zal opleveren. Zo ben ik tenslotte verplicht steeds wat meer aan te gaan, steeds dat stukje groter te groeien. Lang leve mijn gebrek aan vooruitziendheid: een mens zou anders nooit zijn huis meer uitkomen.

En die lichtheid achteraf, daar kan weinig tegenop. Ik deed het! Het was niet zo geweldig maar ook niet zo slecht als ik had gevreesd! En ik deed het! Ziet u mij zitten op de trein naar huis: schoenen uitgeschopt, parels weggestopt in de handtas, in het groene jurkje met de opgedroogde zweetvlekken? Licht voelt ze zich, deze bijna-dame.