Het stille leven

Mijn grootvader van 93 beweert dat zijn weken voorbij vliegen. "Het is maandagmorgen, en voor ik het weet is het alweer donderdag," zegt hij. Hoe dat werkt, vraag ik mij af. Hoe gaat de tijd voorbij als je een rustige oude dag leeft? Vanuit mijn plek, hier in dat jachtige non-stop bestaan, sta ik daar met verwondering en -welja- jaloezie naar te kijken.

Onze tijd is overweldigend levendig, in het voordeel van een actieve, dynamische en luidruchtige manier van leven. Als we een groter salaris krijgen voor een job op een andere locatie, dan nemen we die aan. Als iemand ons een weg naar roem toont, dan slaan we die in. Als iemand ons uitnodigt voor een feestje, dan gaan we. Een stil leven prijzen heeft iets excentriek, zoals regen verheerlijken. (The School of Life)

Sinds ik een tijd traag leefde, raak ik er moeilijk opnieuw aan gewend. Aan de snelheid, de deadlines, de eindeloze onder- en bovenstroom van communicatie. Een volle agenda, volle inbox, vol hoofd. Om te janken, vind ik. Ik weiger er aan te wennen. Dit tempo is het leven niet. Ik wil veel stil. Ik wil meer weinig. Ik wil vaker niets.

Is dat een acceptabel verlangen? Wij, wij met handen aan ons lijf en hersens in ons hoofd: wij zouden wel gek zijn om die beker vol kansen en ambitie, verantwoordelijkheid en uitdaging, af te slaan? Mogen we een stil en rustig leven overwegen, zonder dat we verslagen zijn? Zonder falen en ontslag, zonder burn-out en chronische pijn. Mag het een keuze zijn, zelfs voor wij die zoveel mogelijkheden krijgen, die betaald werk hebben (waarvoor we al ontzettend dankbaar moeten zijn), die hier in dit deel van de wereld leven - wij de geprivilegieerden: mogen wij ook stoppen en rusten?

De kost van het drukke leven is hoog. Mijn spontaniteit, verbeelding en kwetsbaarheid gaan makkelijk verloren tussen de vakjes van mijn agenda. Om nog maar te zwijgen van hoe ik vervreemd van mijn dierbaren: het mantra scanderend van Geen Tijd, Geen Tijd, Geen Tijd. Nu is het even druk, houd ik hen en mijzelf voor, het wordt straks beter. Volgende week misschien al. Maar projecten en engagementen woekeren als bamboe: ondergronds, bovengronds en niet klein te houden.

En dan heb ik het nog niet eens over het lichaam gehad. Dat onwillige vehikel dat met nekpijn en rugpijn, met vermoeidheid en slapeloosheid tegelijk, laat weten dat deze race allang geen plezier meer is. Het mijne wil meestal goed mee, tot mijn grote spijt misschien. Het laat zich voorlopig al te makkelijk in de luren leggen, door niet nagekomen beloftes van rust en voldoende beweging.

Wanneer deed ik voor het laatst niets? Een hele dag niets? Kan iemand mij daar eindelijk een voorschrift voor schrijven: voor een dag nietsen? Kan iemand daar alsjeblief een deadline op zetten?

Een hele dag niets doen -niets nuttigs, niets gepland, niets zinvols- voor de zomer start bijvoorbeeld. Niet omdat er niets te doen is, niet omdat mij dat verder zal brengen. Niet omdat het voordeel oplevert. Ik wil niets doen om niets. Om te zijn. Omdat stilte altijd dezelfde smaak heeft. Omdat de stilte vanbinnen mij naar de kern van het leven voert.