Hoe word je een geluksvogel?

Een onverwacht geldbedrag, bestel ik bij het universum. Een week later krijg ik mijn loon meer dan dubbel gestort. Met een plausibele verklaring uiteraard: het is mijn vervroegd vakantiegeld, door de onverwachte verandering in mijn contract. Hoedanook, ik kreeg wat ik bestelde.

Dat universum en ik, we hebben jaren iets moois gehad samen. De laatste maanden was onze band wat verwaterd, dus testte ik de verbinding nog eens. Met iets kleins, een staaltje zeg maar. Ik stelde mij voor dat ik een donkerblauwe vulpen vond, zo'n vulpen waar ik als kind graag mee schreef.

Twee dagen later: de kinderen en ik staan in de gang, gelaarsd en gespoord. De jongste trekt een plastic zak uit de kast. Hij haalt er een knutselwerk uit, nog van vorig schooljaar, en er valt er nog iets uit de zak. Vlak voor mijn voeten. Een donkerblauwe vulpen. Mijn kinderen beweren dat ze die pen nog nooit hebben gezien. Sterk.

Zo sterk dat ik weer even zoet ben, met bestellen.Een parkeerplaats voor de deur, overal op tijd aankomen, de juiste contactpersoon die mij verder helpt. Ik bestel het en ik ontvang. Die slipper van vorige week bijvoorbeeld, die had ik besteld. Maar dat durfde ik hier (nog) niet te schrijven.

Want het is onzin. Ik weet het. Het universum bestaat niet, er is geen goddelijke helpende hand, ik kan mijn gedachten niet materialiseren. Ik weet het.

Toch werkt het.

Een man bedacht een experiment. Hij verdeelde vierhonderd proefpersonen op basis van een vragenlijst in twee groepen: een groep mensen die zichzelf zien als iemand die vaak geluk heeft, en een groep die aangeeft eerder tegenslag te hebben in het leven.

Elke deelnemer kreeg vervolgens een exemplaar van The Times met de opdracht het aantal foto's in die krant te tellen. Beide groepen telden 43 foto's. Alleen deed de groep pechvogels daar gemiddeld twee minuten over, terwijl de geluksvogels het juiste antwoord in enkele seconden hadden gevonden.

Waarom? Op de tweede pagina van de krant stond afgedrukt: 'Stop met tellen. Er staan 43 foto's in deze krant.' Die boodschap nam een half blad in beslag, en was gedrukt in een lettertype van 5 cm. Toch keken de pechvogels er overheen.

"Ik ben een zondagskind", zegt mijn vriendin. En het feit dat zij gelooft dat ze dat is - dat zou dus wel eens heel goed kunnen werken. Als je gelooft dat er kansen zijn, dan zie je ze ook. Geloof je niet in gelukkig toeval, dan zie je hulp en meevallers vaker over het hoofd. It's all in the mind.

Dat. Geloven dat het goed uitdraait en ontspannen zijn. Dat is misschien het grootste effect van mijn dwaze geloof in dat universum. Want angst verhindert mensen om het onverwachte te zien. Hoe harder je gefocust bent op iets dat je wil vermijden of bereiken, hoe minder je ziet. Hoe losser je staat, hoe meer er binnenkomt.

Daarom vind je dus geen lief als je er te hard naar zoekt. Daarom werkt de universum-truc beter: je bestelt een lief, je gelooft dat het komt, en je gaat rustig verder met je leven.*

Geluksvogels genereren voorspoed door vier basisprincipes. Ze zijn sterk in het creëren en ontdekken van kansen. Ze nemen goede beslissingen door hun intuïtie te volgen. Ze creëren zelf-vervullende voorspellingen door hun positieve verwachtingen. En ze nemen een veerkrachtige attitude aan, die tegenvallers transformeert tot voordelen. (Richard Wiseman, de man van het krantenexperiment)

*Bij de weg: ik heb al een lief.