Ik heb makkelijk praten.

Jij hebt makkelijk praten. Niet iedereen kan zich dat veroorloven. Niet iedereen heeft die luxe. Die zinnen krijg ik af en toe te horen, als reactie op iets dat ik deel uit mijn leven. Als reactie op mijn loopbaan en de vele veranderingen daarin, op mijn keuzes voor simpeler leven of minder werken, op mijn verhalen over de kinderen of over mijn relatie. Ik heb het makkelijk. Ik krijg kansen. Het leven is gul voor mij. Ik ben een zondagskind.

En dat is helemaal waar. Want ik ben geboren in een land dat op het gebied van welzijn bij de top tien hoort, wereldwijd.  Ik heb nog nooit echt honger gehad. Ik heb geen oorlog meegemaakt. Ik weet niet wat het is om dakloos te zijn of op de vlucht. Ik groeide op met twee ouders, een broer, een hond en een handvol andere huis- en neerhofdieren. Gezond, zonder ernstige lichamelijke problemen en met voldoende intellectuele capaciteiten om te leren wat mij interesseert. Ik ging naar school, ik kon studeren.

Mijn warme ondersteunende thuis gaf mij bovendien een gezonde portie zelfvertrouwen. Ik leerde fouten maken, ik leerde vallen en weer opstaan. Ik vond al twee keer een man die met mij wilde trouwen (echt waar, met mij!), en ik heb een mooi korfje vrienden en geliefden. Mijn drie kinderen zijn gezond, en meestal zelfs vrolijk en tevreden.

Maar het is tegelijk ook niet waar. Want ik neem volle verantwoordelijkheid voor mijn kansen en mogelijkheden. En de risico's en de keuzes die tot mijn geluk van vandaag hebben geleid, die nam ik zelf. Die waren geen gevolg van mijn erfelijkheid of opvoeding, die zijn van mij.

Ik ging weg uit een vastbenoemde functie als ambtenaar, goedbetaald, met veel vakantie en excellente arbeidsvoorwaarden. Omdat ik wilde groeien. Ik ging opnieuw weg, bij KrisKras, uit een heel fijne werkomgeving vol plezier en warmte. Omdat ik wilde groeien. Bij Kessels&Smit ging ik het elke keer aan, bij elke nieuwe opdracht, met knikkende knieën en haperende stembanden. En ik ging ook op mijn bek. Ik stelde mensen teleur, ik pakte projecten verkeerd aan en ik schoot tekort. Maar ik groeide.

Mijn eerste huwelijk, daar hebben we samen de stekker uitgetrokken. En dat was knalverdrietig en zwaar kak. Maar we respecteerden elkaar teveel om niets te doen aan ons schijnbaar uitzichtloze dal. We wilden groeien, we wilden tevreden leven en ons niet vast-rijden. Drie helse jaren waren dat: het laatste jaar getrouwd, het scheidingsjaar en het jaar als alleenstaande moeder. Maar ik wilde het beter doen, voor mij en voor ons, maar vooral voor de kinderen. Zonder garantie, mét hoop.

En ondanks alle teleurstelling en het gevoel van falen dat ik daaraan overhield, stapte ik opnieuw in een liefdesrelatie. En in nog één, en in nog één. Een jaar lang deed ik "trial and error", en dat was niets om trots op te zijn. Maar het was mijn manier om te blijven spelen, te blijven springen. En ik hield er een heel mooi en krachtig nieuw verbond aan over. Nu heb ik alweer bijna acht jaar een man aan mijn zijde die steunt en uitdaagt, mee draagt en mee zoekt. Per ongeluk bijna, hij was simpelweg de laatste van mijn pogingen om het geluk uit te proberen. De geslaagde.

Ondertussen heb ik inderdaad makkelijk praten. En ik weet dat, als ik het niet meer makkelijk heb, ik genoeg in huis heb om op terug te vallen. Ik heb hard gewerkt, aan mijzelf en aan mijn leven. Ik kreeg het vertrouwen dat ik kan veranderen, de ervaring dat ik op mijn eigen benen kan staan. Zicht op mijn sterktes en op wat ik niet goed kan. En een zelfgekozen, hard bevochten authenticiteit die zorgt dat elke beslissing, elke bocht en elke afslag altijd honderd procent de mijne zal zijn.

En valt het tegen, dan is er altijd nog dit om de boel te relativeren: