Ik wil dat iedereen mij leuk vindt.

Ik zat op een ernstige vergadering deze week, en dat was lang geleden. Ik schrok ervan hoe zwaar ik het vond om urenlang te luisteren en te overleggen. Wat een opdracht, wat ben ik dat verleerd de laatste jaren! En ik schrok ook - misschien vooral- van mijn verlangen om het goed te doen. Ik wil slimme dingen zeggen, ik wil overkomen als iemand die weet waarover ze praat. Ik wil het eerste oordeel van de anderen rond de tafel - die mij niet kennen en dus zeker zoeken naar wat ze van mij moeten vinden - positief beïnvloeden. Ik wil dat iedereen mij leuk en slim en grappig vindt, quoi.

En hoe lastig is dat, hoeveel inspanning kost dat. Hoe triest voel ik mij achteraf, als ik weet dat het natuurlijk niet helemaal gelukt is. Ik zei namelijk ook wel eens iets waar niet iedereen het mee eens was. Verdorie. Ik maakte soms een redenering of nam een conclusie die voorbarig of niet goed gestaafd was. Verdomme. Ik was niet altijd even aandachtig, al die drie-en-een-half uren lang. Dju. Ik was niet goed genoeg.

Sinds pakweg mijn veertiende heb ik nochtans beslist dat ik een anderszijn zou ontwikkelen dat mij onschendbaar maakt. Ik doe de dingen zo anders dat ik lekker buiten de norm val. Iets in de aard van: "Het is Maaike maar, die doet het leven niet zoals wij, dus hoeft ze niet te passen in de groep". Ik ben drie keer thuisbevallen (dwaas!), ik heb mijn statutaire functie bij de overheid opgezegd (dom!), ik ben al twee keer getrouwd (naïef!). Ik eet bijna enkel biologisch (zot!), ik heb geen televisie (belachelijk!), ik lees liever een goed boek dan naar een feestje te gaan (asociaal). Ik zit zingend achterop de motor op onverharde wegen (roekeloos!), ik laat nooit kinderen in mijn huis logeren (streng!), ik doe mijn best om weinig te werken (lui!).

En al die dingen zo anders doen, dat geeft mij status. Dat geeft mij vrijheid, dat maakt dat ik de last niet heb van aanvaard-willen-worden en erbij-willen-horen. Althans, dat maak ik mijzelf toch wijs.

Want vrijdag kwam toch weer dat oude vervelende stuk, dat van "ik wil er bij horen". Van "ik wil graag gezien zijn". Terwijl het niet kan, ik ben niet onzichtbaar. Mensen hebben meestal een mening over mij. Ik ben niet altijd makkelijk verteerbaar. Ik ben soms vervelend. Ik ben soms confronterend. Ik ben soms te anders en te aanwezig. Ik wil nochtans gul zijn, en dankbaar en zorgend. Ik wil ondersteunend zijn, liefdevol en goed gezelschap. En dat ben ik gelukkig ook soms.

Veel van de non-fictie boeken die ik lees (die boeken die mij gezelschap houden als ik dus niet op dat feestje ben) hebben als beginsel dat het nu niet goed genoeg is. Boeken die tonen hoe we beter kunnen leven, hoe we gelukkiger kunnen worden, hoe we nieuwe gewoontes kunnen aanleren. Die zetten eigenlijk eerst neer dat het nu niet goed genoeg is: we moeten meer onze dromen volgen, we moeten meer mediteren, we moeten zelfs meer tevreden zijn met wat er nu is. Ik ben niet goed genoeg want ik slaag er niet in te vinden dat ik goed genoeg ben. Hoe krom is dat.

Het is goed genoeg. Een ontspannen, natuurlijke en doodgewone aanpak van de situaties die op je weg komen, levert veel betere resultaten op dan een inspanning van jouw kant om te schitteren, om slim te zijn of op een andere manier uit te blinken. Vergeet het maar als je de krant wil halen door iets superslim uit te vinden, of als je vrienden en collega's wil verblinden met je unieke kwaliteiten. Het bijzondere dat jij te bieden hebt, komt het best tot zijn recht als je de zaken ontspannen en simpel aanpakt, met één stap tegelijk. (Osho)