Je passie volgen of je boterham verdienen?

Het kan haast geen toeval zijn. In de laatste twintig boeken die ik las, staat dat je passie volgen een noodzaak is. Voor geluk, voor meer positiviteit, voor de moed om kwetsbaar te zijn, voor een simpeler leven, voor beter ouderschap, voor een goed huwelijk: u kan het zo gek niet bedenken, waar passie allemaal goed voor is. Geen toeval dus, maar in deze tijd een wijdverbreid mantra. Als je een fantastisch leven wil hebben, moet je je passie achterna, je dromen achterna, de grootste fascinatie in je leven achterna.

"Ik heb geen passie", zegt een jeugdvriendin. En ik verdenk haar van een milde depressie.

"Mijn passie volgen zal mijn gezin niet voeden en mijn pensioen niet betalen", zegt een familielid. En ik verdenk hem van verzuring.

"Passie houdt teveel risico's in, doe mij maar gewoon tevredenheid." zegt een oud-collega. En ik verdenk haar van gebrek aan durf.

Verdomme zeg, die passie-hype zorgt ervoor dat ik lelijk oordeel over anderen. Ik wil een ander leidmotief.

Onderzoek toont aan dat mensen die (zeggen dat ze) tevreden of zelfs gelukkig zijn "iets hebben om voor op te staan". Ze ervaren hun leven en werk als zinvol, en hebben het gevoel dat ze hun sterke punten elke dag benutten. - Seligman, Fredrickson, Brown, Gallup,...

Iets om voor op te staan. Zinvol werk, een zinvol leven. Je talenten kunnen inzetten voor een zinvol doel. Ca va. Daar kunnen we mee verder.

Dan mag het ook klein zijn, hoeft het geen alomvattend, groots doel te zijn. En dan mag het veranderen in de loop van je leven. Want ziet u, zo gaat dat bij mij namelijk. Ik heb eigenlijk echt wel passie, in de betekenis van een sneller-slaand-hart. Maar wie beweert dat je levenslang dezelfde passie moet hebben? Dat de enige waardevolle droom al uit je kindertijd stamt? Geluk, enthousiasme en goesting trekken zich daar bij mij niets van aan.

Ik supporter voor wie op zijn vijftigste als meubelmaker begint, na jaren gek geweest te zijn op zijn job als treinchauffeur.  En als je de eerste tien jaar vrolijk opstond om te gaan lesgeven, mag je gerust de volgende tien jaar vrolijk vertrekken naar je roeping als yogi, en de daaropvolgende vijf naar je werk bij de gemeente. Van mij mag het.

En ik geef -mezelf, bij deze- meteen de toestemming om teleurgesteld te zijn. Om een passie toch maar niets te vinden. Om iets een half jaar te doen, of een week, of maar een dag. Of vijf jaar lang en er dan toch mee te stoppen. Dit is mijn leven, en ik heb er maar één. We leven lang genoeg gezond om meerdere carrières te hebben.

Opeenvolgende carrières, of zelfs gelijktijdige. Wie zegt dat je niet de helft van de week fotograaf kan zijn en de andere helft architect? Een slash-loopbaan: ik ken al een schooldirecteur/goudsmid, docent/kleermaakster, psychologe/interieurarchitecte. Met wisselende passie, maar wel genoeg lekkere boterhammen op tafel.

Een levenslange carrière is een uitvinding van vroeger. We zijn aan een nieuw kader toe. Eén waarin we mogen groeien en veranderen. Maar waarin we misschien met dezelfde gedrevenheid aan elk nieuw hoofdstuk beginnen, dat zou mooi zijn.

En dat nieuwe kader hoeft dus niet rond een quote over passie. Doe mij maar iets als: "Doe wat je graag doet, en doe dat vaak". En daarnaast dan een kadertje met de vraag: "Wat als geld niet van tel was?" Wat zou ik dan doen met mijn dagen? Wat drijft mij, waar mogen ze mij voor wakker maken? Die vraag wil ik mijzelf regelmatig stellen, niet zozeer om mijn passie te vinden, maar om mijn leven te laten leiden door het juiste motief. En dat is niet dat van de boterhammen.

What if money didn't matter - Alan Watts