Miss Baksel

Zeven vrouwen rond de eettafel. Mijn vriendinnen en de vriendinnen van mijn vriendinnen. Allemaal geboren in de tweede helft van de jaren zeventig. Sommigen nog middenin de kleine kinderen, met amper tijd om adem te halen. Op zoek naar zuurstof. Sommigen met kinderen groot genoeg om zelf ook weer ruimte te hebben.

Het doel van de avond? Woorden zoeken. Want enkelen onder ons (ik ook!) hebben plannen, willen projecten starten en zoeken daar woorden voor. Een woord voor een training die in de steigers staat, een woord voor een webshop in de maak, een woord voor een nieuw beroep dat nog niemand benoemde.

De methodiek? Drinken, eten, plaatjes draaien, praten, lachen.

Wij hebben alles. Nog geen veertig en gezegend met geliefden, kroost, eigen huizen, "goede" jobs. En nu? Te wijs om een midlifecrisis in te duiken, onnozel genoeg om te verlangen naar een wildere versie van onszelf.

Terugkerend onderwerp is het gevoel dat we niet helemaal juist 'gecast' zijn in onze job. Dat het niet helemaal klopt, dat er een andere weg voor ons weggelegd is. Een andere manier om waarde toe te voegen, die beter bij ons en bij ons talent past. "Ik hou mijn ogen open," zegt de één, "zodat ik kansen kan herkennen als ze voorbij komen. Maar ik ben bang dat ik niet zal durven springen als het er op aankomt." "Springen," zegt de ander, "is een groot risico. Alleen bij Maaike komt dat springen altijd goed." "Ha," is het antwoord van een derde, "dan moet Maaike dringend nog eens bloggen over al haar halve en mislukte sprongen." Bij deze, tot uw dienst.

Na mijn opleiding psychodrama probeerde ik met een vriendin een psychodrama-groep voor tieners op te zetten. We werkten er maandenlang aan, gingen naar info-avonden over een zelfstandig statuut, vonden een ruimte om te werken, reden naar Nederland om van een ervaren psychodramaturg te leren. Het werd niets, ondanks onze vele bezoeken aan vakgenoten en doorverwijzers en de tientallen folders. We kregen nul aanmeldingen.

Een verlangen om zelfstandig psychologe te worden zorgde ervoor dat ik enkele keren cliënten privé zag. Het viel tegen. Het viel tegen om er tijd voor te maken, naast mijn werk in een jeugdvoorziening. Het viel tegen om therapeutisch te werken zonder team om mee te overleggen. Het viel tegen omdat ik er niet zo goed in was als ik wilde, omdat het moeilijker was dan ik dacht én omdat ik er niet zoveel voldoening uit haalde als ik had verwacht. Einde verlangen.

Op zoek naar een nieuwe uitdaging ging ik enkele huizen bekijken, met het plan een therapeutisch centrum op te starten. Ik onderzocht het plan zo ver dat ik tot tweemaal toe met een makelaar hetzelfde gebouw bezocht om over prijs en mogelijkheden te praten. Om alles dan, na een doorwaakte nacht, te aborteren. Ik durfde niet. Het klopte niet.

Na een burn-out die mij liet zien hoe hard ik mijzelf verloren was, koos ik voor een job als coördinator in het jeugdwerk. In een hele fijne organisatie met een heerlijk lichte werksfeer. Maar ik heb nog nooit zo slecht in een functie gepast. Leiding geven, dacht ik vooraf, dat is de volgende stap. Dat zal mij liggen. Niet dus. Ik werd er onrustig, gespannen en machteloos van. Het roer in handen hebben maakt mij niet gelukkig. Les geleerd.

Omdat ik altijd al met kleine kinderen had willen werken, sloeg ik een zijweg in: ik ging een opleiding volgen voor kleuterjuf. Verkort, op twee jaar tijd. De eerste weken stage, na maandenlang opdrachten maken en theorie studeren, lieten zien dat ook dit helaas niet mijn rol was. Ik hield van spelen, zingen en knutselen. Maar niet van klashouden, een groep aansturen, de dag structureren. Ik werd geen juf.

Twee jaar geleden, na een boeiende tijd als consultant, koos ik ervoor minder te gaan werken en meer tijd te maken voor de kinderen. En ik zou eindelijk dat boek gaan schrijven, waar ik al jaren over sprak. Ik vertelde aan iedereen dat ik schrijfster werd, dat er een boek kwam. Tot vandaag heb ik weinig boek om te laten zien. Ik schreef, dat zeker, maar ik schreef geen boek. En ik moest beschaamd en teleurgesteld opnieuw op jacht naar werk toen de tijd en het geld op was.

Tijd en een pak geld, dat heeft al dat springen mij gekost. Maar ik werd er niet moedeloos of bang van. Integendeel. Ik heb ervan geleerd dat ik altijd weer op mijn poten terecht kom. Dat ik altijd van gedacht mag veranderen. Dat er veel kansen zijn, en dat kansen altijd opnieuw komen. Dat ik klein kan springen, naast mijn bestaande veilige job. Of groot, door alle banden door te knippen en mijn tijd weer eigen te maken.

Ik heb geleerd dat een kronkelende weg op zich, los van het doel, een boeiend pad is. En ik zal nooit kunnen zeggen dat er dromen zijn die ik niet achterna ben gegaan.