Optimisme

"Aan de voorkant hebben jullie een gewoon saai huis, maar hier in den hof is 't precies de Ardennen!" Omdat er een oude caravan staat? Omdat de vorige eigenaars een lelijk tuinhuis in chalet-stijl hebben geplant? Of gaat deze uitspraak van een buurvrouw over onze mooie grote bomen, ons uitbundige groen en onze gezellige zithoekjes met vuurplaats? Ik vraag het niet na, en kies voor het laatste. Want ik ben een optimist.

Optimisme is geen recept voor zelfbedrog. De wereld kan een verschrikkelijke, wrede plaats zijn, en tegelijkertijd wonderlijk en overvloedig. Dat zijn allebei waarheden. Er is geen punt halverwege, er is alleen kiezen welke waarheid je op jouw persoonlijke voorgrond wil. (Lee Ross)

Optimisme beoefenen betekent niet dat je het lijden in de wereld negeert. Studies tonen dat optimisten zich zelfs meer, en niet minder, bewust zijn van risico's en bedreigingen. Misschien is dat omdat ze er beter mee om kunnen en ze die dus niet hoeven te ontkennen? Sonja Lyubomirsky (onderzoekster in de positieve psychologie) stelt het nog straffer: een optimist is meer geneigd om moeite te doen om positieve verandering te bereiken. Wie optimistisch kijkt toont blijkbaar meer doorzettingsvermogen, ook bij hindernissen en tegenslag.

Optimisme is dus een 'self-fulfilling prophecy': je denkt dat het goed zal komen én je doet meer moeite om het goed te krijgen én dus heb je meer kans dat het inderdaad goed komt. 

In Zeveneken ligt een idyllische kerkwegel, waar wij weleens op fietsten. De route kruist een klein beekje, het fietspad is op die plek dus een -in mijn kinderogen veel te- smal bruggetje. En daar durfde ik niet over fietsen, ik was te bang om in het water te belanden. Tot iemand mij dé truc leerde: er overheen rijden met je blik gericht op het pad dat verder loopt. Niet kijken naar de beek beneden, want dan rijd je er gegarandeerd in. Je draait je stuur namelijk (onbewust) in de richting waarin je kijkt. Aanvankelijk is het goed om het gevaar te zien, omdat je dan voorzichtiger bent, en oplettender fietst. Maar om droog aan de overkant te komen moet je je ogen gericht houden op het pad waar je naartoe wil.

Dat is wat optimisten doen. Ze weten wat er mis is met de wereld, maar zitten er niet de hele tijd naar te staren. Ze concentreren zich op de vrije ruimte, de mogelijkheden, het pad tussen de hindernissen. En dat kan je oefenen. Doe-het-zelf Optimisme, zeg maar. Door je vaker voor te stellen dat het helemaal goed gaat. En door dat beeld, dat pad waar je naartoe zou willen en kunnen, zo concreet mogelijk te maken in je verbeelding.

Ons brein heeft de fascinerende mogelijkheid om de (voor ons nog onzichtbare) punten te verbinden, en ons zo te gidsen naar wat eerst onmogelijk lijkt. En: hoe krachtiger we beginnen te geloven in de positieve uitkomst, hoe groter ons vermogen dus is om daarnaar te streven, ondanks moeilijkheden en hindernissen.

Hoe ziet jouw leven en de wereld er uit als het helemaal wordt zoals jij wil?