School is saai.

Mijn zoon vindt het reusachtig saai op school. Niets nieuws onder de zon: ik heb zelf mijn hele lagere school-tijd tussen verveling en frustratie doorgebracht. Maar wel zonde. Leren kan zo’n magische ervaring zijn, en mijn kind is, zoals alle kinderen, van nature nieuwsgierig en leergierig. Op vakantie wil hij alles weten over de prehistorische grotten, tussendoor leert hij Engelse woorden uit liedjes, programma’s en spelletjes. Met zijn goesting om te leren is niets mis.

Maar wel met zijn goesting om stil te zitten en te luisteren, blijkbaar. Hij kan het wel, en doet het elke dag. Mijn zoon is flink en gehoorzaam, hoor ik op het oudercontact. Wat goed. Alleen verveelt hij zich ondertussen te pletter. Staat hij elke morgen met een diepe zucht op. Telt hij de jaren af die hij nog op school moet uitzitten. En het manneke is nog maar zes jaar bezig, kleuterschool inbegrepen. They sentenced him to twenty years of boredom.

Volgens mij ligt het niet aan de juf. Zij lijkt mij goed in haar vak, betrokken en enthousiast. Maar met een groep van zevenentwintig jonge kinderen is het wellicht onmogelijk, in ons schoolsysteem, om het leren uitdagend en op maat te houden.

We leren het best in onze ‘zone van de naaste ontwikkeling': datgene dat we nét nog niet kunnen. De stap ervoor beheersen we al, het kleine volgende stapje motiveert en ‘trekt’ ons. Is de stap te groot, te ver van onze mogelijkheden, dan haken we af. En zit de gevraagde leerstap aan de andere kant, in de zone van wat we al kunnen, dan kunnen we steeds minder interesse opbrengen. Niet eenvoudig voor een leerkracht om bij zoveel verschillende kinderen voor elk kind mooi aan te sluiten bij zijn volgende hink-stap-sprong. Bij zijn nieuwsgierigheid.

Een mooie verklaring voor de populariteit van games: ze bieden telkens net voldoende uitdaging. Het volgende level is moeilijker, maar niet zo moeilijk dat je afhaakt. Je kan de vaardigheden en kennis van het vorige level gebruiken, maar moet ook nieuwe dingen leren of ontdekken om verder te kunnen. Bovendien zorgen computerspelletjes vaak voor ‘flow’, de toestand waarin we het makkelijkst leren. Een toestand (ik schreef er al eerder over) van opgaan in wat je doet, van focus, de tijd vergeten en plezier hebben.

Plezier! Lachen, spontaan reageren, ontspannen zijn en tegelijk (en daardoor) helemaal opgaan in wat we doen. Weinig activiteiten tijdens een schooldag vallen hieronder, vrees ik. De indeling van de dag in vaste delen, geen of zeer weinig vrije activiteit, zo min mogelijk spontane uitingen of veranderingen. We gaan niet echt ‘met de stroom mee’ in een klassieke schooldag. Moeilijk ook om dat te bereiken in het systeem zoals het nu vorm heeft gekregen. Een grote groep kinderen van dezelfde leeftijd in een niet al te ruim lokaal, met een lange lijst van doelstellingen waar ze allemaal aan moeten voldoen na tien maanden. Tja.

Ken Robinson (kijk zeker naar dit filmpje als je hem nog niet aan het werk hoorde) vergelijkt ons onderwijs met een fabriek: we verdelen de leerlingen in vakjes volgens leeftijd, en dompelen ze onder in precies dezelfde opeenvolgende baden vol leerstof. Op het eind gaan we er van uit dat ze allemaal vrijwel dezelfde kennis en vaardigheden verworven hebben. Ons onderwijssysteem ontstond niet toevallig samen met de industrie, begin vorige eeuw. Voor het eerst begonnen we grote groepen kinderen te onderwijzen, en het model werd geënt op de noden en mogelijkheden van toen.

Maar ondertussen weten we dat leren start met nieuwsgierigheid en onderzoeksdrang. Met vragen leren stellen, niet met de antwoorden kennen. We weten ook dat intelligentie veel facetten heeft, zich niet enkel uit in ‘hoofd’vakken als taal en rekenen. Ook in emoties, in sociale vaardigheden, in kunst, in beweging. Onderwijs dat de hele mens betrekt, dat vertrekt vanuit de nieuwsgierigheid en leergierigheid van kinderen, en dat alle ruimte geeft aan onze verschillen en onze uniciteit – iets leren zou dan onvermijdelijk zijn. Niet te stoppen.

Mijn kinderen groeien op in een wereld vol informatie, vol boeiende ontwikkelingen, vol van snelheid en verandering. Dankzij computers, internet en technologie was kennis nog nooit zo bereikbaar, waren mogelijkheden nog nooit zo groot. Een stimulerende wereld die vraagt om kunnen kiezen, leren onderscheiden, zelf je pad uitstippelen en creëren. Toch is er in ons onderwijsmodel weinig veranderd.

Klassikale instructie, individuele inoefening, groepswerk. Blokken taal, rekenen, wereldoriëntatie. Methodes die niet gebaseerd zijn op ‘trial en error’ maar vooral op het vermijden van fouten. Structuur die rommel, wanorde en zoeken vermijdt, terwijl net daar zoveel leerkansen liggen.  En leren is nog steeds éénrichtingsverkeer: een leerkracht leidt het leerproces en ‘vult’ de kinderen met kennis en vaardigheden.

Voor de duidelijkheid: ik ken heel veel, echt heel veel, goede leerkrachten met een sterke betrokkenheid, veel engagement en een hart voor kinderen. Het ligt niet aan hen: zij kunnen voor hun inzet nobelprijzen winnen. Vandaag is het voor de leerkracht vaak even triest als voor de leerlingen: ook zij worden aangemoedigd volgzaam te zijn, veel saai administratief klerkenwerk te doen en weinig buiten de lijnen te kleuren. Burnout bij leerkrachten, het laatste woord is er nog niet over gezegd.

We hebben misschien geen alternatief onderwijs meer nodig, geen langzame veranderingen, maar een ware schoolrevolutie: een manier van leren waarbij kinderen meer het heft in eigen handen nemen. Waarbij verschillende interesses, een ander tempo, verschillende leeftijden door elkaar, verschillende methodes en andere denkstijlen allemaal ruimte krijgen. Waar leerkrachten niet gestuurd en overbelast worden door de druk van plannen, doelstellingen en punten.

Want leren hoeft niet saai te zijn. Wanneer je zintuigen actief zijn, je je helemaal levend voelt en voluit aandacht hebt voor wat er gebeurt, dan gaat leren aan een sneltreinvaart. Jezelf afsluiten en in halfslaap brengen kan je probleemloos door de schooldag helpen. Maar leren en ontwikkelen doe je er niet van. Uren kunnen luisteren en stilzitten is geen teken van slimheid of maturiteit. Net zomin als foutloos schrijven en cijferen dat zijn. Leren denken, willen leren en leren (onder)zoeken wel.

Misschien kunnen we die revolutie van onderuit bereiken: door massaal burgerlijk ongehoorzaam te worden, niet de kinderen, maar de leerkrachten zelf. De handboeken en leerplannen wat meer met een korrel zout serveren, en hun talent als didacticus weer helemaal naar waarde schatten. Beste leerkracht, u heeft al wat nodig is in u. De omstandigheden zijn zeker niet ideaal, maar daden van rebellie moeten dringend meer aanmoediging krijgen. Begeleid het leren en niet het leerplan.

En ouders, laat ons niet langer verlangen dat leerkrachten onze kinderen goede punten geven. Laat ons aan de scholen vragen of ze vooral veel plezier willen maken met onze koters.  Om ervoor te zorgen dat ze met duizend vragen thuiskomen in plaats van met een hoofd vol kennis.