Stop de wereld, ik wil er af.

Ik wil een trage internetverbinding, een traag opstartende computer. Ik wil file, treinen in vertraging en een lekke fietsband. Ik wil dat de mailserver platligt, de elektriciteit enkele uren uitvalt en de straat dichtsneeuwt. Ik wil mijn been breken en zes weken liggen.

Volgens mij zijn we, in de dagelijkse rush van ons leven, ons niet meer bewust van de schade die deze 'gewone', snelle manier van leven ons toebrengt. We zijn zo gemarineerd in de cultuur van snelheid, dat we bijna niet meer kunnen zien welke tol dat eist. Op elk aspect van ons leven: onze gezondheid, onze voeding, ons werk, onze relaties, het milieu en onze samenleving. En soms is er een voorval nodig dat ons bruusk wakker schud, om ons te laten zien dat we ons door het leven haasten in plaats van het te leven. Dat we het snelle leven leven, in plaats van het goede leven. (Carl Honoré - Slow)

De wereld draait te snel. Ik word niet blij van deze haast. Ik wil nadenken over wat ik doe en zorgvuldig mijn woorden formuleren. Niet snel even alle mail verwerken, vol asap en andere afkortingen. Ik wil tijd. Traagheid.

Ik ben al een keer door een burn-out bij de lurven gepakt, enkele jaren geleden. Sindsdien ontmoette ik veel mensen die op die manier wakkergeschud worden. Je lichaam dat zegt 'ik kan niet meer' en de handdoek in de ring gooit. Bij anderen is het een ziekte die alarm slaat. Of een diagnose zoals 'inspanningsdepressie'. Het kan ook een belangrijke relatie zijn die in rook opgaat omdat we niet genoeg tijd hadden, of te weinig geduld, of te weinig stilte en rust om met de ander te zijn en te luisteren.

Volgens mij doen we het elkaar aan. Zitten we mekaar aan te jagen, te haasten. Ik wacht op jouw antwoord, jij op het mijne. Ik maak voor mijn project een deadline waar jij aan moet voldoen, jij maakt er één voor het jouwe, en we sturen mails en herinneringen en vergaderverzoeken bij de vleet. Een stroom berichten en informatie waarvoor niet minder dan onze voortdurende bereikbaarheid en beschikbaarheid vereist is.

Ik wil het anders doen. Mijn cadeau aan anderen zal tijd en traagheid zijn. Ik beloof dat ik er dagenlang over zal doen om je mail te beantwoorden of op je bericht te reageren. Ik beloof plechtig mijn telefoon niet op te nemen, zodat je mij nooit onmiddellijk hoeft te spreken. Ik zal vervolgens alle tijd nemen, op zijn minst enkele etmalen, om je terug te bellen. Een reactie is niet hetzelfde als een antwoord - dus beloof ik aandacht te geven aan mijn antwoord of mijn vraag.

Multitasken verklaar ik moreel onaanvaardbaar. Ik zweer niet meer te bellen terwijl ik strijk. Je zal mij niet meer op sms'en betrappen tijdens mijn toiletbezoek. Als we elkaar ontmoeten zal ik waarlijk luisteren en mijn telefoon expres in de auto vergeten. Bij het fietsen wordt geen boodschappenlijst meer opgesteld, in bed worden geen teksten meer voorbereid.

Ik schenk je mijn traagheid: ik zal geen deadlines meer opleggen. We hebben een heel leven. De zin "het is veel te lang geleden, we moeten elkaar snel terugzien" schrap ik uit mijn vocabulaire. U zal er mij niet meer op betrappen anderen voort te drijven. Vanaf vandaag mag iedereen zich altijd nog bedenken, mogen alle afspraken afgezegd worden. Ik doe niet meer aan tempo, geef mij maar tijd.

We laten ons niet haasten. We zijn aan het werk, niet op de vlucht.

Maar ik zal ook nooit meer te laat komen. Ik kom gewoon veel te vroeg. Om nog even te kunnen zitten, kijken, niksen. Ik neem de tijd - she's mine.

Want ikzelf herviel, of toch een beetje, ik was weer aan de rand van opgebrand zijn. Terwijl de vraag 'Hoe zorg je dat het je niet opnieuw overkomt?' zo centraal stond in mijn herstel, en in dat van velen. Hoe zorg je dat je niet opnieuw in die koers meeloopt en weer struikelt en valt?

Door mijn fascinerende freelance-werk leefde ik de voorbije jaren van I-phone biep naar I-phone biep. Mails, opdrachten, telefoons, werk: mijn leven liep over. Ik dacht dat het deze keer wel goed zat, ik deed immers alleen nog opdrachten waar ik talent voor had en energie van kreeg. Maar ik had nooit eerder zo'n drang om mijn been te breken - ik stond het hier letterlijk te denken op mijn keukentrap. Hoe moet ik er af vallen om efficiënt -en snel- een gebroken been te krijgen? Zodat ik zes weken mag gaan liggen. Zodat de wereld kan stoppen met draaien.

Die gedachte liet het kraakhelder zien, het was genoeg.

Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden, mijn schouders ophalen en weggaan? Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken: zo is het genoeg, en weggaan?

(Toon Tellegen)

Dat probeer ik sindsdien. De wereld af en toe eens neerzetten, doorgeven. Mijn schouders ophalen, er bij gaan zitten. Met twee gezonde benen.