Stress vermijden in drukke tijden.

De school die weer begon, de herfst die zich liet voelen, de eerste vergaderingen op mijn nieuwe werkplek. Ik moest toch even klikken de voorbije week. Het leven plots een drietal versnellingen hoger. De vraag van tien miljoen: hoe kan ik in deze snellere stand toch voor verbinding en intentie zorgen?

Het antwoord? Structuur en routine, vrees ik. Niet omdat ik naar een geregeld leven verlang. Integendeel: een wild leven krijgt hier altijd voorrang.  Wél omdat mijn hoofd zo'n geweldig instrument is. Dat er door planning en organisatie voor kan zorgen dat ik in verbinding kan blijven met anderen en met mezelf. Dat ik energie kan geven aan wat van belang is én dat ik oor heb voor wat mijn buikgevoel wil vertellen.

Drie goede redenen voor rust en structuur:

Eén. Beslissingen die ik op routine kan nemen zijn goud waard. Structuur die geen wilskracht vraagt. Zo kan ik mijn aandacht en energie geven aan belangrijker dingen.

Twee. In periodes van verhoogde spanning zijn we minder goed in intuïtief denken. Minder goed dus in het interpreteren van non-verbaal gedrag, het aanvoelen van emoties, het spontaan kiezen van de beste optie. En dat zijn precies de dingen die het gemak van leven en sociaal contact verhogen. Dus: alles wat de spanning verlaagt zorgt voor meer onbewust denken en dus souplesse.

Drie. Het ervaren van rust en van aanwezig zijn in het 'nu', ook in drukke tijden, zorgt voor lichtheid en positiviteit. Het is simpelweg eenvoudiger om tevreden en gelijkmoedig te zijn in een ontspannen toestand.

Ziehier, de truken van de foor*:

  1. Start de dag met jezelf, niet met de wereld. Ik sta vroeger op, om eerst te schrijven, te snelmediteren en mijn intenties voor de dag te zetten. Met het gezin ontbijten we samen. Eerst een ontmoeting met elkaar en onszelf. Daarna pas de (al dan niet online) buitenwereld in.
  2. Planning, planning, planning. Het weekmenu. De gezinsagenda. De wekelijkse bespreking van wat komen gaat. De to-do lijst. De vaste dagen voor vaste dingen.
  3. Voorbereiding. De boekentassen staan 's avonds al klaar, met boterhammen en appels, een ondertekende agenda en alle afgewerkte taken. Mijn slaatje staat in de koelkast. De kleren voor morgen zijn uitgekozen. De ontbijttafel is gedekt.
  4. Rituelen. Van huis vertrekken doet iedereen met een kus en knuffel. Thuiskomen is eerst een kop thee met de man. Slapengaan kan pas na een babbel over wat fijn was de voorbije dag. Huiswerk gebeurt het uur voor het avondeten, terwijl ik kook. Op vrijdag eten we frietjes. Zaterdagavond is filmavond. Woensdag is schermloze dag. Onze gewoonten weerspiegelen mooi wat wij van belang vinden (frietjes!).
  5. Tien minuten te vroeg. Wij stappen hier te vroeg op onze fiets. We zijn te vroeg op onze afspraak. Te vroeg voor de trein. Minder stress, minder spanning en meer dagdroom- en lummeltijd. Extra bonus: mensen hebben de neiging om mensen die op tijd komen leuker te vinden. Ideaal!
  6. Tran-sport. Ik heb geen tijd voor en vooral geen zin in georganiseerde sport. Maar fietsen naar school en werk, de trap nemen in plaats van de lift en te voet naar de bakker: de ideale beweging in mijn dagen.
  7. De grote keien eerst. Zoals hier mooi getoond wordt: ik doe of plan eerst de belangrijkste taken van de dag. Liefst maximum drie van die grote keien. Daarna mogen de iets minder belangrijke steentjes, en de rest van de tijd mag opgevuld worden met zand. In een andere volgorde hebben de belangrijke dingen immers geen plaats meer, en zit mijn dag vol grint en zand. En essentieel: het gaat over de belangrijkste dingen, niet over de dringendste.

*Foor is het Vlaamse woord voor kermis. En kermis is helemaal wat het hier de laatste dagen is: met al die lichtjes, het lawaai, het gewoel en de attracties. "Zijn jullie er klaaaarrrr vooorrrrr? Daaraan gaaaan we dan! Handjes in de lucht!"