Wat met angst?

Dat vroeg hier iemand, laatst, als reactie op mijn 'over Maaike' pagina. Wat met angst? Weet je waar ik nachtmerrie-broekplassend-bibberend bang voor ben? Dat mijn droom - om een boek te schrijven (één boek? Wat zeg ik, een reeks boeken!) dat anderen inspireert en in beweging zet - nooit waarheid zal worden. Mijn boek over positieve psychologie, over wat dat je kan brengen, over voluit leven, over in je kracht staan en hoe je dat doet. Een boek dat levens verandert, mijn wens is niet kleiner dan dat. Ik laat hier graag enkele regels stilte, zodat u mij op het gemak kan verdenken van grootheidswaanzin.

...

Angst dus. Angst dat het nooit waar wordt. Angst dat ik nooit mijn ultieme noorden zal bereiken. Angst dat ik zelfs domweg het verkeerde kompas gebruik, dat ik een dwaze richting uitvaar. En dat houdt mij tegen. Om te kunnen genieten van het schrijven. Teveel bezorgdheid over of ik zal geprezen worden of verguisd - die schrik verpest mijn plezier in wat ik doe en, erger nog, verzwakt waarschijnlijk mijn schrijfwerk. Ik wil kunnen opgaan in het proces op zich, of het product nu geliefd is of niet. Dit is wat ik doe.  Dus: ik ga de schrik te lijf.

In de dagen die volgden deed Ronja niets anders dan oppassen voor wat gevaarlijk was en proberen niet bang te zijn. Ze moest zorgen dat ze niet in de rivier viel, had haar vader gezegd. Daarom huppelde ze naar hartelust over de glibberige stenen aan de oever van de rivier. Precies op de plek waar die het allerergst tekeer ging.

Het had geen zin het bos in te lopen als je moest leren oppassen voor de rivier. Nee, dat moest je juist bij de allergevaarlijkste watervallen oefenen. (Astrid Lindgren)

Dat doe ik vandaag. Ik zit bij Paard van Troje, in Gent. De eigenaar van deze boekhandel annex koffiehuis heeft sinds kort een kleine uitgeverij. Daar wil ik mee samenwerken. Maar dat durf ik niet.

Als Ronja: kleine stapjes. Kleine druppels om de schrik te overspoelen. Ik zit hier (middelste tafeltje aan het grote raam). Ik at hier lunch (lekker!). Ik zag Bart Van Aken (dé man waarmee ik in gesprek wil) daarnet langslopen. Hij ruimde gewoon een tafel af! Alsof het een gewone man was! Ongelofelijk, en ik was daar zomaar getuige van. Zwijgende getuige weliswaar, want de moed om mijn visitekaartje af te geven heb ik nog niet bij elkaar geraapt.

Zou hij die vraag veel krijgen, van een aspirant-auteur? Kijk eens naar mijn werk, ga eens met mij in gesprek, geef mij een kans? Als een soort almachtige god van het boekwezen. En als dat zo is, als hij veel vragen krijgt, hoe doe ik het dan anders? Hoe zorg ik dat hij in enkele minuten helemaal overtuigd is van de absolute onontkoombaarheid van onze samenwerking?

Nee, ik wil mij niet uitkleden. Ik deed wel al een poging charmant te praten met de ober. Om misschien straks terloops te laten vallen dat hij voor mij een ontmoeting kan organiseren?

Nu zit ik hier, naast de gladste keien, aan de wildste watervallen. En ik weet dat ik alleen maar verder zal komen, in deze draaikolk van angst vermengd met verlangen, door te doen. Stap voor stap.