Wat zullen de mensen denken?

De schedel van een steenbok uit de Franse Pyreneeën, ligt hier te weken in een bleekwaterbad. Het pronkstuk van mijn jongste zoon. Enkele weken geleden beklommen we samen een helling, langs rotsblokken en stug gras, met als doel op het uitgestippelde wandelpad te komen. Onderweg vonden we botten en een schedel. Mijn jongste was danig onder de indruk en klom van de weeromstuit tien keer sneller en vrolijker naar boven.

Het volgende uur bleven we mooi op het pad, zoon met zijn trofee in de hand. Een vrij druk begaan pad bovendien, op onze weg kwamen we regelmatig andere wandelaars tegen. En telkens als we bijna een groepje kruisten klonk zijn order: ‘Ernstig kijken mama, wij zijn onderzoekers!.’ Met onze meest intelligente gezichtsuitdrukking passeerden we. De schedel werd trots ietwat hoger gedragen.

Buiten gehoorsafstand klonk het dan: ‘Amai, die waren onder de indruk hé!’ Ongeacht de reactie van de wandelaars: de meesten keken niet eens. Maar in zijn hoofd waren ze erg onder de indruk van hem en van zijn vondst. En enkele wandelaars later kreeg mijn zoon ook wat hij wilde: een stel Fransen zag zijn trotse gezicht en de bijhorende schedel, en nam een foto, onder het uiten van bewonderende kreten. Die hij, ook zonder enige kennis van Frans, helemaal begreep. De Kleine Jachtkoning.

Of hoe de buitenwereld eigenlijk in ons zit. Mijn jongste zoon van acht ervaart de reactie van anderen precies zoals hij ze wil ervaren, ongeacht hoe die anderen zich gedragen. Ze zijn onder de indruk, hij wordt bewonderd. We zien wat we willen zien. Wat de mensen denken, denken we eigenlijk zelf.

Ik wil zo graag de sprong maken naar (pas op- modewoorden – onvertaalbaar) consuminderen, naar versimpelen, naar declutteren, naar downsizen. Verminderen zou wel eens de belangrijkste vaardigheid kunnen zijn voor de toekomst. Minder ruimte, minder bezit, minder verbruik: om weer voor burgerschap te kunnen kiezen. Weer burger zijn, niet consument.  Kiezen voor tijd, voor anderen, voor engagement. Maar wat zullen de mensen denken? Wat als ik niet meer de juiste outfit heb, als ik een kleiner budget heb voor lunchen en reizen? Als ik niet meer ‘normaal’ doe?

De nood om normaal te zijn is de belangrijkste angststoornis van de moderne tijd (Thomas Moore)

De bergtocht met mijn zoon en zijn trofee kan mij twee dingen leren: wat mensen denken denk ik zelf én geluk zit niet in wat te koop is. Alles is te koop, het is alleen een kwestie van betalen. Maar een schedel die je zelf hebt gevonden, daar kan een souvenir uit de winkel niet tegenop. Buiten zijn, spelen, lachen, vriendschap: allemaal nog altijd gratis. Verdomme, zo’n levensgroot cliché en hoe ik dat toch zo vaak vergeet.

Want op bezoek bij die vriendin vorige vrijdag, blijft behalve onze zalige inspirerende gesprekken ook haar mooie tikkeltje retro stijlvol interieur hangen. Ik wil ook dat prachtige interieur, die mooie spullen! En de drie dames waar ik mee aan de aperitief zat zagen er werkelijk prachtig uit. Hoe moet dat met mij zonder leuke kleren in de kleuren van nu? Zonder de dingen die in en hip en mooi en rock zijn?

Op dezelfde reis kocht ik natuurlijk ook peperdure souvenirs voor de kinderen. Want, ik wil ze toch alles geven wat ze verlangen, waar ze van dromen. Terwijl ik weet dat ze daar niet gelukkiger van worden. Maar wat zullen de kinderen denken als ik stop met geven en betalen? Ook zij hebben toch de juiste dingen, de juiste kleren, de juiste hobby’s nodig om erbij te horen? Verrrrrdomme.

Goed, ik ga wat de mensen denken, en dus wat ik denk, wat vaker omdenken. We zijn niet zielig, arm, onhip of raar. We zijn rebels, rock ‘n roll en durvers. We maken keuzes, we zijn cool quoi! Elegant, verzorgd, mee met onze tijd en toch met minder. Minder materie en meer tijd. De enige luxe die we vandaag nog echt kunnen begeren zullen wij hebben: vrijheid. Neh!