Weet jij wie je werkelijk bent (en waarom je dat nooit zal te weten komen)?

 
Kopie van Kopie van Ontwerp zonder titel (22).png
 

Sinds ik zichtbaarder ben -want online onderneem- krijg ik steeds vaker feedback op wat ik lijk te zijn. Van vriendinnen, kennissen, familie. Online toon ik mij te charmant, vinden ze. Te sterk. Te aimabel. Te alwetend. Terwijl mijn dichte kring wel weet dat ik onbetrouwbaar kan zijn, wisselvallig, kinderachtig en emotioneel.

Nochtans doe ik zo mijn best om mijzelf in al mijn eigenheid te tonen, om te delen wat ik echt geloof en om niemand te manipuleren. Maar ik ben -niet helemaal per ongeluk- een merk geworden: Maaike, van maaikepuntnet. Met een heuse Academie. Een merk dat zich presenteert, dat probeert om lezers en volgers te laten zien wat ze kunnen verwachten.

Ik kan nooit de hele, complexe binnenkant laten zien. Het bloed, het zweet, de tranen. Ik kan nooit genoeg nuance aanbrengen in alleen maar woorden of alleen maar een video. Het is ingewikkeld om tegelijk kwetsbaar en zoekend én sterk en vol expertise te zijn. Jezelf presenteren, als communicatiestrategie, is verdomd lastig. Dus probeer ik wat ik denk dat goed is.

En schiet ik toch tekort.

For the record: ik ben dus heus niet zo leuk als jullie misschien denken. Ik kan heel arrogant zijn en egocentrisch. Oneerlijk en gesloten. Voorzichtig en ouderwets.

Zo. Dat misverstand is opgehelderd. Eventjes dan toch.

Want ik zal blijven mooie lucht verkopen, het is onvermijdelijk. Ik vertel niet aan vreemden wat ik ‘s avonds in bed aan mijn man vertel. Ik toon niet aan de bakker hoe ik mij vandaag voel, en ik deel niet op Facebook hoe ik er ‘s ochtends ongekamd uitzie. Het kan gewoon niet. Hoe vrij ik mij ook voel in dit online werk, jullie blijven toch de buitenwereld.

Net zoals ik mijn mooie kleren aantrek om trainingen te geven, net zo let ik op het decor en op mijn uitspraak als ik filmpjes maak. En deel ik niet op Linkedin in welke opdrachten ik tekortgeschoten ben, welke bedrijven ik teleurgesteld heb en wanneer mijn werk zwaar tegenviel. Het kan niet.

Ik speel het spel, en ik kan alleen maar hopen dat jullie dat ook weten. Ik kan er alleen maar op vertrouwen dat wie mij leest en volgt, beseft dat dit altijd maar een deel kan zijn, een invalshoek, soms zelfs met een groothoeklens gemaakt en met een filter bewerkt.

Gelukkig stelt het nieuwe boek van Brené Brown mij (alweer) gerust:

Het is niet de criticus die ertoe doet, niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, wiens gezicht besmeurd is met stof, zweet en bloed - die zich kranig weert - die fouten maakt - die keer op keer tekortschiet… die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse prestatie kent; en als het tegenzit en hij faalt, in elk geval faalt terwijl hij grote moed heeft getoond. (Theodore Roosevelt, geciteerd door Brené Brown)

Ik sta in de arena. De criticus aan de kant doet er niet toe. Maar toch, het kwetst mij zo als iemand kritiek heeft op mijn online branding. Dat raakt mij blijkbaar meer dan andere feedback. En door Berthold’s podcast weet ik nu ook waarom dat zoveel zeer doet.

Omdat ik zelf denk dat het waar is. Ik ben een bedrieger.

Diep vanbinnen geloof ik dat ik een charlatan ben of een praatjesmaker, dat ik teveel mijn vrolijke kant laat zien aan de buitenwereld en dat ik lucht verkoop. Zelfs als ik mijn kwetsbaarheid laat zien, kan ik dat uitleggen als een poging om meer likes te krijgen. Zo is het nooit goed: omdat ik zelf ben gaan geloven dat ik met mijn woorden anderen kan misleiden.

Maar we zijn gelukkig allemaal bedriegers:

In het Westen vinden we het fijn om te denken over ons Zelf als iets dat ons bijzonder maakt, dat ons een unieke bestemming geeft, om onze persoonlijke doelen te bereiken en tot zelf-vervulling te komen. We stellen ons voor dat het Zelf - ons beeld van wie we zijn- een hermetisch afgesloten schatkist is, een oninneembare burcht, waar enkel wij toegang toe hebben. Maar het lijkt er op dat het Zelf de meest stiekeme manier van de evolutie is om het succes van de groep te verzekeren. Minstens voor een deel is het Zelf een slim vermomde bedrieger die de sociale wereld binnenlaat, en onze omgeving de toestemming geeft om ons ‘over te nemen’, zonder dat we het in de gaten hebben. (Matthew Lieberman in “Social”)

Oef. We zijn allemaal een Als-Zelf-Vermomd droombeeld. We denken dat we een onveranderlijk ik hebben, we geloven dat er in ons een vast deel is dat echt en authentiek en observeerbaar is. Maar we zijn eerder een versmelting: van onze opvoeding, onze sociale omgeving en onze ervaringen. Meer nog, in elke sociale groep, in elk levensdomein en in elke rol zijn we anders. En bovendien heeft elke ander een verschillend beeld van wie wij zijn.

We zijn niet een uniek ondeelbaar iemand, het is dus onmogelijk om je échte ik te tonen. Niet op sociale media en niet in levend contact. Ik zal altijd voor elk van mijn vrienden, elk van mijn deelnemers en elk van mijn contacten iemand anders zijn. Wat ik aan de buitenwereld toon is altijd maar een weerspiegeling.

Er is niet zoiets als een authentiek, onveranderlijk en uniek Zelf.

Wie we zijn - wie we denken dat we eigenlijk zijn - is vooral een product van onze opvoeding, onze omgeving en onze ervaringen, versmolten met een deel van ons aangeboren temperament. We geloven wat we geloven en we doen wat we doen onder invloed van onze sociale omgeving en onze levensgebeurtenissen.

Voor Nietzsche was het Zelf een geheim agent - die meer voor anderen werkt dan voor onszelf. Niet aangeboren maar opgebouwd, voornamelijk door de mensen in ons leven. De evolutionaire psychologie geeft hem gelijk: het Zelf is vooral een instrument om de sociale groepen waarin we leven voldoende invloed te geven. Om onze natuurlijke impulsen te onderdrukken en aan te vullen met sociaal aangeleerde impulsen. Voor het voortbestaan van de mens als soort was het belangrijk dat we op de groep gericht zijn, want alleen in groep konden we overleven - en die groep verschuilt zich dus in ons-zelf, om invloed te hebben.

Maar doordat het Zelf functioneert zoals het functioneert, klampen we ons vast aan onze overtuigingen alsof het unieke ideeën zijn - die we voor onszelf hebben bedacht. We geloven dat onze gedachten en ons gedrag de producten zijn van onze privé innerlijke stem, in plaats van denkbeelden en lessen die we in de loop van ons leven hebben opgegeten.

En dat het zo werkt, dat is ook nodig: het was voor onze evolutie niet genoeg dat we gewoon kunnen herkennen wat de groep gelooft en waardeert. We moesten de overtuigingen en waarden van de groep adopteren alsof ze van onszelf zijn, zodat ze ons gedrag konden sturen. Dus: net zoals het Paard van Troje werden de bouwstenen van ons Zelf binnengesmokkeld vanuit de buitenwereld, onzichtbaar in het donker.

Er is geen echte Maaike.

En dat is ook helemaal goed: ik ben geen ding, ik ben geen merk. Geen Oetker-pizza die altijd overal hetzelfde smaakt. Ik ben een mens, in alle veranderlijkheid en helemaal beïnvloed door degene die kijkt. En daar doen we het maar mee.