Zeven weken in zeven lessen (of: wat een spelende vrouw leert in de vakantie).

 
Kopie van Kopie van Ontwerp zonder titel (38).png
 

Mijn kroost is al zeven weken vrij. En hoewel ik mij graag voordoe als een onafhankelijke gedisciplineerde solo-ondernemer - heeft dat vakantiesfeertje hier toch waanzinnig veel invloed op mij. En helaas niet altijd in positieve zin.

Zeven random dingen die ik leerde van zeven zomerweken:

1.Dat mijn verstand een hyperactief lichaamsdeel is.

Aan het begin van de zomer schreef ik nog dat ik deze tijd wilde gebruiken om nog beter te leren ZIJN. Een beetje oefenen met zorgeloosheid, dacht ik zo, en met de stroom volgen en in het huidige moment leven. Wat minder in mijn hoofd zitten.

Maar wat kregen we de voorbije weken, beste lezers? Een massaal actief brein dat het ene horror-beeld afwisselde met de andere toekomstige catastrofe. Ik ging alweer onverwijld richting “arm, dik en eenzaam” (ja, zo prozaïsch en eenvoudig zijn mijn angsten) - geen ontkomen aan volgens mijn hardwerkende gedachtemolen. Want: een zomer lang geen inkomsten. En teveel lekker eten en drinken. En te weinig vriendinnen om mij heen. Dat is gewoon de kortste route naar de hel, dixit ze mind of Maaike.

Dus, spelende vrouw, wat heb je nu geleerd? Dat ik mijzelf en mijn verstand hiervoor ga vergeven, denk ik. Dat ik meestal hard mijn best doe, dat ik best wel lief ben en zinvol en goed bezig, en dat zo’n oud patroon gewoon af en toe opnieuw op bezoek komt. Het geeft niet. Ook dit gaat voorbij.

Be patient with yourself. Self-growth is tender, it is holy ground. (Stephen Covey)

2. Dat ik echt geen zes weken vakantie nodig heb.

Misschien wist ik dat al, maar het werd maar weer eens duidelijk. Ik gedij veel beter bij steeds een beetje aan de gang blijven. Helemaal afgesneden zijn van mijn werk maakt mij triest, moe en lusteloos. En ietwat wanhopig, zie punt 1.

De les voor volgend jaar en voor deze laatste drie weken is dus: een mooie mix van ontspanning en licht werk is ideaal voor de zomer.

Met andere woorden: als Moeder de Vrouw niet schrijft is ze bijzonder onaangenaam gezelschap.

Ik vind dat ouders hun best moeten doen om niet ongelukkig te zijn. Dat is het allerergste dat een kind kan overkomen: dat het ongelukkige ouders heeft. (Will Schwalbe)

3. Dat veel van wat ik droom, vandaag al realiteit is.

En hoe ik dat soms niet zie. Laat staan savoureer.

Maar kijk: ik heb vrijheid, ik heb tijd, ik heb rust. Ik ben met aandacht bij mijn gezin. Ik kan spelen, uitproberen en leren. Mijn werk, hier, van thuis, over deze positivologie: dat is waar ik van droomde.

En nee, niet aan alle voorwaarden is al voldaan. Want ja, ik blijf groter dromen. Maar toch: I belong.

Prepare to be lucky. (Twyla Tharp)

4. Iets rommeligs over de maatschappij en coaching

Het coach-bashen dat ik de laatste weken in de media zie, hield mij veel bezig. In documentaires, in artikels, in interviews: de coach -en coaching of ‘zelfverbetering’ op zich- krijgt harde klappen.

En ik word daar duidelijk kwaad van, al kan ik er nog niet helemaal de goede woorden aan geven.

Ik vind het niet eerlijk. Het is schieten op de pianist. Misschien heeft de mens altijd al nood gehad aan een gids in het leven, en was dat vroeger de priester, de burgemeester, of misschien de baas, een ouder of een leerkracht - en nu de coach. En het is niet omdat we zien dat mensen het moeilijk hebben met een aantal ervaringen zoals burn-out, loopbaankeuze of stress - en dat ze zich massaal richten op die nieuwe gids die coach heet - dat dit dus de schúld is van de coaching-industrie (wat een akelig kapitalistische term voor een zacht vak, trouwens).

Mensenfluisteraars vullen een gat, ze horen een vraag en ze proberen op geheel eigen fundamenteel tekortschietende wijze (want hoe kan het anders, als mens tussen de mensen) anderen te helpen bij het zoeken naar richting en antwoorden. En de coachende medemensen die ik ken verdienen er bovendien geen gouden bergen mee (je moet al 100 gesprekken per maand doen aan de schamele 40 à 50 euro per uur die in Vlaanderen gangbaar is om aan een beetje deftig brutoloon te komen - en dan is er nog geen tijd of budget voor bijscholing, supervisie of gewoon zelfzorg).

Dus ja. Ik word er kwaad van. Maar maak er gerust een beschermd beroep van. Zorg voor kwaliteit. Daar ben ik helemaal voor.

En laat ons zowel de coach als zijn cliënt, zien als de kanaries in de koolmijn van onze maatschappij, zij die iets signaleren. In plaats van hen te bestempelen als domme onnozelaars die niet snappen dat het leven gewoon kak is en dat ze daar gewoon moeten mee leren omgaan. Op hun eentje, in stilte, door te vluchten in drank, werk en Netflix bijvoorbeeld, want dat mag dan weer wel.

Het feit dát er zo’n grote behoefte is aan steun krijgen en aan anderen steunen, zegt iets over onze maatschappij vandaag. Niet over al die individuele helpers en zoekers. Soit, u ziet het, dit debat krijgt mij op mijn paard.

De wereld haat een vacuüm. Als het niet gevuld is met hoop, zal iemand het vullen met angst. (Naomi Klein)

5. Dat ik nooit en in niets alleen ben.

Ik ontmoette de afgelopen weken drie coole vrouwen, solopreneurs, mensenfluisteraars met een missie. En hun angsten en worstelingen waren verbazend herkenbaar, tot in de details toe. Ook al een sollicitatiebrief liggen om toch weer aan een universiteit of hogeschool te solliciteren? Ook op zoek naar een coworking-plek waar je collega’s en een rustige ruimte voor coaching hebt? Ook nood aan intervisie met vakgenoten? Check. Check. Check.

En hoe dat dus helpt, zo’n ontmoeting met een stamgenoot. Ik blijk niet de enige die in stille periodes woeste nieuwe plannen maakt - en die vergeet dat ze juist met volle inzet verder op de ingeslagen weg mag gaan. En ik blijk zelfs niet de enige die regelmatig twijfelt aan haar aanbod en haar kunnen. Man. So good.

Stop pretending that what you are going through is somehow special or unfair. A century earlier, a millennium earlier, someone just like you stood right where you are and felt very similar things, struggling with the very same thoughts. (Ryan Holiday)

6. Dat u een heel fijn publiek bent

Vorige week vroeg ik op sociale media en via mail reacties van jullie, om contact te krijgen voorbij het eenrichtings-schermverkeer. En wat een prachtige stortvloed aan antwoorden kwam er! Ik ben duidelijk omringd door mensenfluisteraars met een hoek af, door zotte dozen en door mensen met een missie. Door aanmoedigers, hopers en zoekers.

En dat voelt zo warm en goed. Dank je wel. Het was als een vergadering met collega’s, maar dan tien keer authentieker en minder saai.

Vergaderen is een verslavende, buitengewoon genotzuchtige bezigheid waar ondernemingen en andere organisaties zich gewoonlijk mee bezighouden omdat ze niet mogen masturberen. (Dave Barry)

7. Dat op je gemak zijn, het meest krachtige is wat je voor jezelf en anderen kan doen.

Deze bevrijdende gedachte haalde ik bij Liz Gilbert (luister hier) en probeerde ik de laatste tien dagen in praktijk te brengen. Want hoeveel mensen ken jij die ontspannen zijn? Een handvol, misschien?

Serieus, hoe radicaal rebels zou het zijn om simpelweg op je gemak te zijn met jezelf, met je lijf, met je inzet, met je leven zoals het nu is? Omdat niets ontbreekt, niets bereikt hoeft te worden, en alles al goed genoeg is.

Wat als al die cliënten die we begeleiden, al onze medewerkers en collega’s die we coachen of fluisteren, dat soort ontspanning in zichzelf als een vrijwel constante aanwezigheid zouden kunnen voelen? Machtig.

Misschien is dat het ultieme doel van een goed geleefd leven: je op je gemak voelen bij jezelf. Gewoon. Omdat het kan.

If you asked almost every female friend of mine what her highest aspiration was, most of them would say that it is to achieve universal human compassion. To be more forgiving, more accepting, more generous. To offer an open heart toward the whole world. To embody love itself.

And yet... every single one of these women is capable of tearing herself down, abandoning herself, ruthlessly condemning herself, criticizing herself, suffocating her own spirit, denying her own needs, hurting her own body, and holding herself to an impossible level of perfection. They all want to practice universal human compassion, yet they all degrade themselves. But universal human compassion that does not include the self is NOT universal. (Elizabeth Gilbert)